Getuigenis

Aan alle kerken, dominees en belijders van het afvallige Refodom !

Het Woord van Christus geldt alleen Zijn ware knechten: “Gij zijt het zout der aarde”, maar de lauwe hypocrieten die werken om loon, spuwt Hij uit Zijn mond. “…indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen, en van de mensen vertreden te worden”, Matth. 5:13.

Dat is de huidige toestand van de kerken, all over the place, dominees zijn dronken van hun eigen lego-leer; valse leringen worden met valse leringen bestreden, de blinde leidt de blinden, en tot slot wordt alle kerkelijke ongerechtigheid en de torenhoge bannen tuchtloos glad gestreken, Jer. 23:14: “Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.” – “En de ongerechtigheid der dochter Mijns volks is groter dan de zonden van Sodom, dat als in een ogenblik omgekeerd werd, en geen handen hadden arbeid over haar”, Klaagl. 4:6.

Op het kerkelijke erf is alles om eigen eer te doen en om de wol der schapen, en geen enkele dominee staat in de geslagen bressen, Micha 3 vers 11: “Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen!” – “Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN”, Ezech. 13:5.

De zonden worden niet meer met name genoemd, maar verzwegen, getolereerd en glad gestreken, Jesaja 28:15: “Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.” – “Want van hun kleinste aan tot hun grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid, en van den profeet aan tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid”, Jer. 6:13.

Het is alles verraderlijk(!) stil geworden en de ergernis van het kruis is teniet gedaan, Zacharia 1 vers 11: “En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.” – “Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn; welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken”, Filipp. 3:18-19.

De Waarheid wordt in sodomitische ongerechtigheid ten onder gehouden, Romeinen 1 vers 18: “Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de Waarheid in ongerechtigheid ten onder houden.”

Belijders worden zoet gehouden met een evangelie naar de mens, Jeremia 6:13-14: “Want van hun kleinste af tot hun grootste toe pleegt een ieder van hen gierigheid, en van den profeet af tot den priester toe bedrijft een ieder van hen valsheid. En zij genezen de breuk van de dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.”

Als op Gods bevel de bazuin aan de mond wordt gezet door de getrouwe wachters wordt er niet geluisterd, maar gespot en gelasterd, Jeremia 6:17: “Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.” – “Toen zeiden zij: Komt aan, laat ons gedachten tegen Jeremia denken; want de wet zal niet vergaan van den priester, noch de raad van den wijze, noch het woord van den profeet; komt aan, en laat ons hem slaan met de tong, en laat ons niet luisteren naar enige zijner woorden!”, Jer. 18:18.

Dominee’s leven van de wol der schapen en durven het niet op God te wagen, Ezechiel 34:3: “Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet.”

De kerken en dominees zijn geslagen met een kracht der dwaling en niemand weet ergens van, 2 Tessalonicenzen 2:11-12: “En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.”

Christus en Dien gekruisigd, wordt niet meer gepredikt, want het lijden om Christus’ wil wordt verafschuwt door ELKE dominee; de leiders zijn misleiders geworden, het volk wordt betoverd en zij hebben dat gaarne; zij genezen de breuk op het lichtst, zeggende: “Je moet geloven”, of, “Het kan nog!” Christus is niet meer het Begin in de huidige prediking, want de mens wordt aan het werk gezet met een handvol godsdienst, men is bijvoorbaat verlost, verloren gaan onder het recht Gods kent men niet meer, men wil er niets van weten, terwijl Christus Zelf leert in Lukas 19:10: “Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat VERLOREN was.” En Hanna getuigt uit de praktijk des geloofs: “De HEERE doodt en maakt levend; Hij doet ter helle nederdalen, en Hij doet weder opkomen”, 1 Sam. 2:6. ER IS GEEN DOMINEE DIE HET KENT, aangezien ze allen een aangepast evangelie preken, geschenken aannemen en het recht buigen, zoals de zonen van Samuel dat deden, 1 Samuel 8:3: “Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.”

Mensen vinden het allemaal wel goed, zolang zij in hun ingebeelde godsdienst gestijfd worden, 2 Timotheus 4:3-4: “Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; en zullen hun gehoor van de Waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.”

Het oordeel is alreeds begonnen, het wordt echter niet gelooft, niet gezien, maar veeleer doodgezwegen, 2 Petrus 4:17: “Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?”

Gods Woord wordt gewoon overal aangepast, bijgeslepen naar eigen vormen en wensen, het is allemaal eigengerechtigheid, de mensen vinden het prachtig en leven vrolijke godsdienstig, bekommert of onbekommerd!

Alle dagen samen op weg, duisternis overal, dominee’s kunnen net als kikvorsen overal mee mee- en overal overheen springen, sodomitische gruwels in de kerken worden getolereerd, en nog is het einde niet, de grootste zonden doodgezwegen, Gods Woord is vol van deze zaken, en je hoort er niets over, ze noemen zich dienstknechten des Allerhoogsten en God weet er niet van!

Babbelen over de geslagen bressen en tegelijk alles tolereren en de handen wassen in onschuld, dat is de kerk van vandaag. Je kunt met geen godsdienstig mens meer geestelijk spreken, ze verstaan het niet wat in Gods Woord is geopenbaard, nee, de goddeloze wordt rechtvaardig en de rechtvaardige wordt goddeloos verklaart, het kwade goed en het goede kwaad geheten, wijs in eigen oog, maar Gods Woord spreekt hierover het drievoudige WEE uit.

Zelfs dominees die vroeger nog rechtzinnig preekten kunnen met al deze zaken meegaan, koesteren een eigen-modaliteiten godsdienst en bewijzen daarvan liggen er boven op, ze willen er niet tegen getuigen, want je hoort niets; ze kunnen niet met de valse refo-kerken breken en zich daarvan publiek vrijmaken, want dan moeten ze verliezen wat hun vlees wil behouden, de een zijn tractementszak, de ander zijn eer en aanzien, positie, ambt en naam, en vul zelf maar in.

De plagen van Egypte zijn de plagen van de huidige kerk, maar er wordt niet over gesproken, laat staan over de oorzaak ervan getuigd en de bannen worden niet verdelgd, integendeel, het oordeel is terug gekeerd in een mate die in de historie nauwelijks gekend is, het volk is ontbloot, want er is geen profetie meer, mensen leven van de leugens en groeien ermee op, en dat willen ze maar al te graag horen, want dan blijft alles rustig en hun tijdelijke leven behouden, totdat God alles in een klap opdoekt, zelf dat wordt niet meer gelooft, mensen willen niet meer gewaarschuwd worden, ze slaan meteen achteruit, wat de boer niet kent, wordt verdacht gehouden, het zal allemaal wel, profeteer maar ergens anders. Je wordt als een pest genegeerd, buitengesloten, weg er mee, daar zijn we vanaf! Dat is echter de weg van Gods ware vervolgde volk, namelijk, om tot Hem uit te gaan, buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende, maar er is geen dominee die het kent, van ds. A. Kort tot acteur A. Huijgen wordt het ware lijden om Christus’ wil subtiel en zelfs openlijk gehaat, omdat het zelf christenvervolgers zijn geworden en daartoe gezet zijn!

Zielen-onderzoek is een vreemd woord, iemand’s leer en leven toetsen op de Waarheid nog vreemder, “wij nemen aan”, ja, dat gaat er in als koek, mens, wat zal dat op een bittere koek uit lopen!

Gods Woord is niet meer genoeg, er wordt van alles om heen vergaderd, stichtingen, kerken, boeken, mensen, eigen gedachten en ga maar door, verwarring strooien dat wordt er gedaan, en het Woord niet meer recht gesneden.

Dat God de oordelen niet meer laat af bidden wordt niet meer gezien, laat staan erkend, het is echter vastbesloten, Ezechiel 12:28: “Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Geen Mijner woorden zullen meer uitgesteld worden; het Woord, hetwelk Ik gesproken heb, dat zal gedaan worden, spreekt de Heere HEERE.”

Overtreding wordt niet meer aangezegd, de bijbelse tucht is verdwenen, kerk is centraal, maar voor het levende Kind is geen plaats, vrome praat genoeg, grote kerken overal, maar het is allemaal baal, want Gods Geest is er niet meer in!

Dit leert mij Gods Woord op alle plaatsen, kerkmensen, jullie worden bedrogen tot een met, maar je wil de Waarheid niet horen en je niet bekeren, want er is niemand die God zoekt, Openbaringen 18:4-6: “En ik hoorde een andere stem uit den hemel, zeggende: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt. Want haar zonden zijn de ene op de andere gevolgd tot den hemel toe, en God is harer ongerechtigheden gedachtig geworden. Vergeldt haar, gelijk als zij ulieden vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel, naar haar werken; in den drinkbeker, waarin zij geschonken heeft, schenkt haar dubbel.”

Lees hierbij ook, Jesaja 28:22: “Nu dan, drijft den spot niet, opdat uw banden niet vaster gemaakt worden; want ik heb van den Heere HEERE der heirscharen gehoord een verdelging, ja, een, die vast besloten is over het ganse land.”

LAND, LAND, LAND, HOORT DES HEEREN WOORD!

Jurie van den Berg
Urk

GEVE DE HEERE DAT VELER OGEN MOGEN OPENGAAN DOOR MIDDEL VAN HET ONDERSTAANDE KORT BEGRIP OMTRENT ALLERHANDE SCHIJNBEKERINGEN DIE VAN DE WARE BEKERING ONDERSCHEIDEN ZIJN EN HET ONDERSCHEID TUSSEN HUURLINGEN EN WARE HERDERS AAN DE DAG LEGT

Schijnbekering onderscheiden van de ware bekering:
1. Elke huichelaar bouwt zijn huis op het drijfzand van een schijnbekering van de oude mens, waaraan een Bethel (vrijspraak), het volgen in de voetstappen van Christus en het lijden om Christus wil volledig ontbreekt. We wensen ons in dit bestek echter te beperken tot de kenmerken van kleeniaanse huichelaars en hun waandenkbeelden.

* Een kleeniaanse huichelaar loochent de oude-mens-dood door de wet (Gal. 2:19), omdat hij pretendeert door het Evangelie aan de wet gestorven te zijn en vertreedt daarmee de apostolische leer, zoals Paulus die o.a. leert in Rom. 7:9 en Gal. 2:19, aangezien het Evangelie de levenden niet doodt, maar de doden doet leven (Joh. 5:25). Gods ware volk sterft door de wet der wet, alvorens als een goddeloze door God gerechtvaardigd te worden. Gods volk is derhalve niet door, maar met Christus gestorven (Rom. 6:8), aangezien de dood van Christus de oude-mens-dood van al Gods kinderen garandeert ook in de toepassing der zaken, nl. als zij door de wet der wet sterven, opdat zij Gode leven zouden (Gal. 2:19).

* Met het pelagiaanse sprookje “door het Evangelie aan de wet gestorven te zijn”, bewijst de kleeniaanse huichelaar nog steeds een oude mens onder de wet te zijn die niet der wet gestorven is en dus niet als een goddeloze gerechtvaardigd is, aangezien er alleen sprake kan zijn van de rechtvaardiging van de goddeloze als de wet in de hand Gods de vrome oude mens met zijn eigengerechtigheid heeft gedood, zoals Hanna ervan getuigt in 1 Sam. 2:6: “De HEERE doodt en maakt levend; Hij doet ter helle nederdalen, en Hij doet weder opkomen.”

* De oude eigengerechtigde mens is altijd te goed om slecht te zijn en te best om gerechtvaardigd te worden en daarom heeft God een wet gesteld als de bediening des doods, aangezien de oude-mens-dood alleen geschiedt door de bediening des doods (Gal. 2:19), op grond van de dood van Christus (Rom. 7:4). Immers, de oude mens verkeert geheel onder de heerschappij van de wet en aan de arrestbrief van de wet hangt het vonnis des drievoudigen doods, in geval van de minste overtreding, welks vonnis geen mens kan gladstrijken met een evangelisch klinkende constructie, waarmee de kleeniaanse huichelaar loochent een oude mens te zijn en ook loochent hij het vonnis des doods waardig te zijn.

* Een kleeniaanse huichelaar wil het vonnis der wet omzeilen door de wet in te wisselen voor het Evangelie, terwijl de oude mens niet onder de heerschappij van het Evangelie verkeert, maar onder de heerschappij der wet. Laat staan dat het Evangelie zich in de bediening des doods laat veranderen, ook niet omdat die voorstelling van zaken voor de huichelaar niet zo wreed lijkt te zijn als de enige wettige bediening des doods, nl. die van de wet. Genoemde Wet-Evangelie-verwisseling komt dan ook voort uit het pelagiaanse brein van de hallucinerende oude mens onder de wet.

* Daarentegen verkeert de nieuwe mens onder de heerschappij van het Evangelie der genade van Christus, levende door het geloof des Zoons van God. “Altijd de doding van de Heere Jezus in het lichaam omdragende”, 2 Kor. 4:10a, wat met het sterven aan de wet niets meer van doen heeft, maar met het lijden om Christus wil, “…opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden”, 2 Kor. 4:10b. Gods ware volk wordt dan ook door lijden geheiligd, terwijl de huichelaar zijn zedelijke heiligmaking met verdienstelijke stappen uitwerkt, waarmee de rijke man zijn ogen opsloeg in de eeuwige pijn.

* Een kleeniaanse huichelaar verstaat de wet niet, omdat hij in het geheel niet aan de wet gestorven is, derhalve weet hij ook niets van hetgeen Paulus schrijft in Rom. 7:9: “En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven”, laat staan dat de huichelaar bevindelijke kennis heeft aan hetgeen Paulus verklaard in Rom. 7:14: “Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde”, aangezien een kleeniaanse huichelaar zich inbeeldt een geestelijke toetssteen voor anderen te zijn, terwijl hij niet weet wat hij leert, noch wat hij bevestigt, maar met al zijn gespartel in de gracht der blinde leidslieden zijn eigen schuim opspat, gelijk geschreven is: “Deze zijn waterloze fonteinen, wolken van een draaiwind gedreven, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt. Want zij, zeer opgeblazene ijdelheid sprekende, verlokken, door de begeerlijkheden des vleses en door ontuchtigheden, degenen, die waarlijk ontvloden waren van degenen, die in dwaling wandelen; belovende hun vrijheid, daar zijzelven dienstknechten zijn der verdorvenheid; want van wien iemand overwonnen is, dien is hij ook tot een dienstknecht gemaakt”, 2 Pet. 2:17-19.

* Een kleeniaanse huichelaar pretendeert evenwel met een rechtsontbrekende “liefdesprediking” a la mevrouw Jansen-Anabaptist te leven en te sterven, terwijl de enige troost in leven en sterven alleen in Christus ligt. Diezelfde huichelaar die de ere Gods onder zijn sentimentele liefdeslaarzen vertrapt; waait met alle valse en sodomitische winden mee; zegent zichzelf + rijp en groen in op grond van “een zee van tranen” en een voorkomende waarheid; bestrijdt nooit de roepende zonden, noch de valse leraars, maar bekwijlt en promoot heel die poppenkast aan wettisch geneutraliseerde wassen-beelden-joden en veinst met hen mee, omdat hij van hetzelfde soort is.

* Een kleeniaanse huichelaar eet van vleesstrelende valse leringen; ploegt doorlopend met andermans kalveren en promoot allerhande valse leraars, terwijl Gods ware kinderen alleen Christus en geen enkele vreemde (valse leraar) volgen (Joh. 10:5), overmits zij de stem des vreemden niet (er)kennen en zijn vleselijke lekkernijen niet eten, gelijk geschreven is: “Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen”, Ps. 141:4.

2. Zoals Zacheus door Christus vrijgesproken en gerechtvaardigd werd, zo wordt AL Gods volk vrijgesproken en gerechtvaardigd, nl. als een daadwerkelijke goddeloze. Ook ondergaat al Gods ware volk de smaad en het lijden om Christus wil en dragen zij allen de vruchten uit Christus, naar de mate des geloofs, zoals die ook in het leven van Zacheus duidelijk openbaar komen, terwijl de huichelaar zichzelf wijsmaakt dat hij als een begerige zondaar gerechtvaardigd is met gezichtelijke droombeelden, waarover de engelen niet zingen, aangezien de huichelaar zichzelf openbaart dat hij al de zaken mist, die al Gods ware kinderen in en door Christus deelachtig zijn, gelijk geschreven is in 1 Korinthe 1:30: “Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is Wijsheid van God, en Rechtvaardigheid, en Heiligmaking, en Verlossing.”

* Een kleeniaanse huichelaar mist ook het inwendige getuigenis des Geestes (Rom. 8:16), zodat hij zich vergrijpt aan oudvadercitaten, om zijn zelf aan-elkaar-gebreide bekering te bewijzen, terwijl Gods kinderen van de Vader Zelf geliefd zijn en daarvan in tijden van nood en dood inwendig getuigenis des Geestes her-ontvangen.

* Een kleeniaanse huichelaar door wraakgevoelens gedreven, weet de mug uit te zuigen, de kemel te doorzwelgen en het zwaard van Petrus (waarmee Petrus een oor van Malchus afsloeg) zodanig uit te vergroten en te diaboliseren, alsof Petrus de duivel zelf is, waarmee de huichelaar zichzelf echter openbaart dezelfde praktijken te bezigen waarmee de satan de hogepriester Jozua demoniseerde, wijzend op zijn vuile klederen, maar door de Engel des Heeren gescholden werd in ‘s Heeren Naam, zeggende: “De HEERE schelde u, gij satan! ja, de HEERE schelde u, Die Jeruzalem verkiest; is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt?” Zach. 3:2. , en dat terwijl de huichelaar zelf alles aan elkaar lijmt wat tot zijn dienstbare familie behoort, hen trakteert op pauselijke zaligverklaringen en hen besnottert met een zee van krokodillentranen, zeggende: “U hebt wel geen kennis aan een verlossing door recht, maar het is toch waar…!”, aangezien een krokodil eerst een zee van tranen weent, voordat hij zijn slachtoffer opvreet.

Enige onderscheidingen tussen een valse herder (huurling) en een ware herder:
1. Een huurling wordt niet door de liefde van Christus gedreven, maar door vleselijke eerzucht en dat is de reden dat hij de roofdieren laat begaan in het verscheuren van zijn schapen. Een huurling is alleen op de wol der schapen uit, op medestanders, eigeneer, vleselijk voordeel, en wettische ijverzucht, maar als er gevaar dreigt, verraadt hij zijn eigen schapen en past zich aan als een vacuum verpakte kameleon op het kerkelijke erf der Akeldama. Een huurling preekt een vleesstrelend evangelie naar de mens, waarvan de doorlopende ondertoon is: “Kruis Hem, kruis Hem!” Een huurling prijst zijn eigen soort aan, namelijk de dienstbare zoon, en is dag en nacht bezig om de rechtvaardige te smaden. Een huurling dekt al zijn judaspraktijken toe met de vlag der liefde terwijl het niets anders is dan profane haat jegens Gods geroepen getuigen en bittere vijandschap tegen het kruis van Christus.

2. Een ware herder der schapen pakt de wolf in schaapsklederen in de ribben aan met het zwaard des Woords, zoals Petrus deed bij Simon de tovenaar, zeggende: “Ik zie, dat gij zijt in een gans bittere gal en samenknoping der ongerechtigheid”, Hand. 8:23, en zoals David deed bij de roofdieren die zijn kudde belaagde, door het roofdier bij zijn baard te vatten en het de hersens in te slaan.

* Er is geen enkele refodominee die de wolven in schaapsklederen aan het zwaard des Woords rijgt en de vossen onschadelijk maakt, terwijl de refo-vossen massaal in het ambt bevestigd worden, omdat de huidige dominees het zelf zijn, gelijk geschreven is: “Uw profeten, o Israel, zijn als vossen in de woeste plaatsen. Gij zijt in de bressen niet opgetreden, noch hebt den muur toegemuurd voor het huis Israels, om in den strijd te staan, ten dage des HEEREN. Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen. Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb? Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE. En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israels niet geschreven worden, en in het land Israels niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden, zeggende: Vrede, daar geen vrede is; en dat de een een lemen wand bouwt, en ziet, de anderen denzelven pleisteren met loze kalk”, Ezech. 13:4-10.

* Zulke huurlingen gaan liever al veinzend met een ingebeelde hemel over de brede weg ter helle, hun schapen voor zich uit jagende, dan dat zij naam en bestaan om Christus wil eraan geven om in de bressen te treden, het op te nemen voor de eer en de leer van Christus en het leven voor de schapen.

* Een ware herder der schapen daarentegen is herder en tegelijk soldaat in het leger van Koning Jezus en heeft een vermaak in het uitroken der holen van valse leraars, gelijk geschreven is: “En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk”, Jes. 11:8.

* Een ware herder kan evenwel onderscheid maken tussen profane ketters en de onkundigen die dwalen, gelijk geschreven is: “En ontfermt u wel eniger, onderscheid makende; maar behoudt anderen door vreze, en grijpt ze uit het vuur; en haat ook den rok, die van het vlees bevlekt is”, Jud. 1:22-23.

Dat Gods Naam doorlopend gelasterd wordt vanwege de afval der tuchtloze refo-kerken, haar gelijknamige voorgangers en haar kleeniaanse aanbidders, kan door geen sterveling meer ontkend worden, maar na het oordeel der verharding volgt het oordeel der verwoesting en daar leven we al midden in, gelijk geschreven staat: “Want het zal zijn als in de dagen van Noach….!”

Land, land, land…!

Ds. G. P. P. Burggraaf

Bron : de rokende vlaswiek.com